Grosse Īle, Amerika's goed bewaarde geheim

Tekst en foto's: Frans Baake Terug

 
Van 1832 tot en met 1937 fungeerde het Canadese Grosse Île, gelegen voor de kust van Québec, als quarantaine-eiland voor ruim 5 miljoen immigranten. Reden was dat men wilde voorkomen dat ziektes als cholera hun intrede zouden doen. Zijnde het Canadese antwoord op het Amerikaanse Ellis Island bleef Grosse Île (letterlijk: het 'dikke eiland') voor velen nog onbekend terrein. Pas in 1994 opende het eiland haar poorten voor het grote publiek. Rederijen die dagtochten organiseren spreken daarom ook graag van 'America's well kept secret', Amerika's goed bewaarde geheim.
Frans Baake, beeldend kunstenaar en geïnteresseerd in eilanden, bracht een bezoek aan een onbekend stukje Canada, dat voor velen de eerste kennismaking met het nieuwe land werd.





Een tijdelijk verblijf

"Asseyez-vous, mes enfants, ga zitten!!" De gastvrouw van 'les Croisières le Coudrier' heeft het er even moeilijk mee. Zojuist is er een buslading scholieren in de leeftijd van 10 tot 12 jaar in het bootje van de rederij afgedaald, om vandaag een stukje van Canada's historie te mogen ondergaan. Het is een vrolijke heksenketel en voor mij tevens de enige mogelijkheid om het eiland te bezoeken. Merci, mes enfants. Eind september, einde van het seizoen en dit is één der laatste tochten naar het eiland. De bomen in Québec staan op het punt om te gaan verkleuren, enkele hebben al dat intense geel en rood over zich. Op de schoolbus staat 'Ecoliers' vermeld, we zijn hier in het Franstalige gedeelte van Canada.

Na een opgewekte tocht van anderhalf uur – de boot van deze rederij staat bekend als de snelste - naderen we Grosse Île. We varen over de Saint Lawrence River, Fleuve Saint-Laurent. De rivier gaat over in zee, bij Grosse Île gaat het zoete water over in zout. Nu is het een pleziertochtje, maar ik probeer me voor te stellen hoe een eeuw geleden de nieuwe immigranten na soms weken varen het nieuwe land in zich opgenomen moeten hebben. Vol met verwachtingen van een nieuw bestaan.

Het eiland is eigendom van de stichting Parks Canada, vandaar dat we bij aankomst onder de hoede worden genomen door een aantal gemoedelijke rangers. Op zich is het mogelijk om op eigen houtje het eiland te verkennen, maar men komt dan echter weinig te weten over alle lief en leed dat zich afspeelde in de 105 jaar dat het eiland dienst deed als quarantaine-eiland. Ik sluit me aan bij een groepje van 4 Amerikaanse echtparen.
Het eiland is maar klein en alles kan gemakkelijk te voet gedaan worden. Onder leiding van een Engelstalige parkwacht wandelen we rond. Zo af en toe onttrek ik me aan het gezelschap omdat ik enkele fraaie vormen en objecten in het landschap fotografeer. Je weet maar nooit hoe dat van pas kan komen. Sinds 20 jaar ben ik met eilanden in de weer, het verschijnsel blijft me boeien. Ook deze geïsoleerde en mysterieuze plek interesseert me; de tegenstelling van het nu onbewoonde eilandje tot de plek die ooit enkele miljoenen mensen mocht herbergen.

De westelijke kant van het eiland was destijds gereserveerd voor aankomst, medische inspectie en onderkomst. Voor een gemiddeld verblijf werd zo'n 1 à 2 weken uitgetrokken. Allereerst vond er een splitsing plaats: mensen die na een eerste inspectie in goede gezondheid verkeerden, konden gedurende die periode in een hotel verblijven. Diegenen die ziek waren, werden apart gehouden en verpleegd. Daartoe werden ze naar het oostelijke deel van het eiland verplaatst. De hotels werden in het begin van de 20e eeuw gebouwd in 3 verschillende klasses. Dit na lang aandringen van de rederijen.

Had de immigrant aan boord de mogelijkheid tot het verblijven in diverse klasses, dan zou dit op het eiland toch tenminste ook mogelijk moeten zijn. De nieuwkomer diende alleen het verblijf op zee te betalen, gemiddeld toch een jaarinkomen. Bij aankomst kwam het hotel op rekening van de Canadese overheid.
Het hotel 1e klasse had de mooiste ligging: boven op een heuveltop, met uitzicht op zee. De verf is er inmiddels behoorlijk afgebladderd en het gebouw mag niet betreden worden in verband met gevaar voor instorten. Een snelle blik door de ramen evenwel maakt het duidelijk: diegene die er het meest voor over had stond een comfortabele eerste week op Canadees grondgebied te wachten. Er was zelfs een danszaal aanwezig, de Charleston kon naar hartelust uitgeprobeerd worden. De hotels 2e en 3e klasse stonden op een wat minder prominente plek, verschil moest er immers zijn.



De link met Ierland

Het eiland was slechts enkele jaren open als quarantaine-eiland, of een grote toeloop vanuit Ierland diende zich aan. Dit land had midden 19e eeuw te kampen met één der ergste voedseltekorten ooit. In de Ierse geschiedenis spreekt men van de Great Famine. Wie het kon betalen, probeerde het land te verlaten. Duizenden boekten passage op de boten naar Canada, Grosse Île werd in de periode van 1845 tot 1849 overspoeld met Ierse immigranten. 1847 Stond later te boek als een rampjaar. Elke dag kwamen er duizenden mensen aan. Veel Ieren waren ziek of verzwakt en konden, na een bootreis van soms 6 weken, het eiland niet eens meer verlaten en overleden er.
Ter nagedachtenis werd in 1909 een monument opgericht in de vorm van een Keltisch kruis, het nationale symbool van Ierland. Het staat met zijn 14 meter bekend als het hoogste ter wereld. Iets verderop is de Ierse begraafplaats waar in het rampjaar 1847 ruim 6.000 mensen begraven werden. Individuele graven zijn niet bekend. Er staan nu nog enkele witte kruizen om de plek aan te geven. Ergens daar tussenin staat een klein verweerd houten kruisje. Het past er niet echt bij, zo'n handgetimmerd exemplaar, maar het is met liefde gemaakt en het verhaal erachter is ontroerend.

Naar het schijnt hebben nazaten enkele jaren geleden een ver familielid willen eren. Het was een jongen die op 20-jarige leeftijd de grote oversteek waagde om uit naam van zijn familie een goede plek uit te zoeken, op zoek naar een beter land. Aan boord van het schip was hij al verzwakt, het eiland zou hij nooit meer verlaten. De namen van alle gestorvenen staan vermeld op marmeren platen iets verderop. Het blijkt een mengeling van Europese aanwezigheid gedurende de ruim honderd jaar dat het station dienst deed, Nederlandse namen heb ik echter niet kunnen ontdekken.

Ons groepje staat er wat in zichzelf gekeerd bij, in gedachten proberen we een beeld te vormen van wat er allemaal is gebeurd op dit eilandje van slechts 2,5 kilometer lang en 800 meter breed. Er gaat een weldadige rust uit van de plek, het is moeilijk een beeld te vormen van de hectiek in die tijd, de wanhoop en verwachtingen van al die mensen die hier verbleven.
Grosse Île zou een eiland van geesten zijn, werd me onderweg verteld. Toch was het voor enkele miljoenen de plek die de entree tot een nieuwe wereld betekende.



Veranderende tijden

Ook al is het eiland maar klein, de rondleiding moet wel efficiënt uitgevoerd worden: er staat ons een treintje te wachten. We mogen in het voorste compartiment plaatsnemen. Zodra het vrolijk wit en lichtblauw beschilderde voertuig zich in beweging zet, begint een mechanische stem via een bandopname uitleg te geven over het middelste gedeelte van het eiland, waar indertijd de administratie zich bevond. Welgemeende klassieke dwarsfluittonen begeleiden de monotone uiteenzetting, ondersteund door stemmige cellostreken. Tja, soms is het even doorbijten als toerist. Voor mij geldt dat wel.

We rijden langs behuizingen van artsen en ander verplegend personeel, het Marconi-zendstation en een aantal kerken voor diverse gezindten. Het washuis, Lazaretto genaamd, is het oudste oorspronkelijke gebouw op het eiland. Het is onlangs nog eens goed in de verf gezet, verval ligt altijd op de loer. Binnenin vallen de vorderingen te bezien die men in de loop der jaren maakte met het bestrijden van verschillende ziekten. In de loop der tijd konden de meeste overwonnen worden, hetgeen uiteindelijk leidde tot sluiting van het station.

Eén van de ruimtes is met behulp van folie helemaal gekleurd: we baden in het rode licht. Aan het begin van de 20e eeuw had een Deens arts het idee gevat dat zonlicht verkeerd zou zijn voor pokkenpatiënten. Rood licht zou uitkomst moeten bieden. Je zal er maar de hele dag in moeten zitten, denk ik bij mezelf. Over het effect van die rode kamer moet ik in het duister tasten.
Zoals gezegd, op den duur had het quarantainestation zichzelf – gelukkig – overbodig gemaakt. Voor een korte periode tijdens en na de 2e wereldoorlog kreeg het eiland nog een tweede bestemming als laboratorium voor dierkundige proeven. Dieren werden er tijdelijk in quarantaine gehouden. Ook hield men zich bezig met onderzoek naar biologische oorlogsvoering. In 1984 werden alle activiteiten stopgezet en kreeg het eiland een andere waarde. Besloten werd om het eiland mondjesmaat voor publiek open te stellen vanwege haar historische waarde. Pas in 1994 kon het grote publiek er kennis van nemen. Als het karretje ons weer afzet bij het beginpunt, worden de plaatsen al weer ingenomen door de Québecse schoolkinderen. Zoveel kennis van het Frans is niet nodig om te begrijpen waar ze het over hebben: 'Hoera, een treintje!'



Zeg eens 'AAA'

Onze gids heeft nog een laatste verrassing voor ons in petto: een bezoek aan het desinfectie-gebouw. Voor alle nieuw aangekomenen gold destijds hetzelfde: kleding laten stomen en onder de douche! Grote stoomketels staan opgesteld, evenals douchecabines in serie geschakeld en genummerd. 2 Verpleegsters staan ons op te wachten: tijd voor de inspectie. 'Stand up in line, please!'.

Geheel volgens de laatste modevoorschriften van 1915 - kap op, wit gesteven schort en handen in de zij - wordt de medische keuring nog eens dunnetjes overgedaan. Staand in de rij worden we verzocht de tong uit te steken, 'ááá' te zeggen en de vingers één voor één te bewegen. Dat is niet aan dovemansoren gezegd. Enthousiast reageert het gezelschap op hetgeen ons opgedragen wordt. Ik laat het maar zo'n beetje gebeuren, opvallen is ook al zo wat.

Staand op het achterdek van het bootje laat ik de bewogen geschiedenis van het eiland nog eens de revue passeren. Als ik opkijk naar het hoogste punt van het eiland, zie ik het enorme Keltische kruis. Wie kon voorzien dat het voor enkele duizenden een laatste halte werd in plaats van een nieuw begin? De boot vertrekt, het eiland is snel uit zicht. 'Wie weet de voornaam van de kapitein?', schalt het uit de luidspreker. Dapper doe ik mee met de quiz voor de kinderen aan boord. Relativeren is ook een kunst. 


Voor meer informatie: www.parkscanada.gc.ca/grosseile

 
 

Bert Hoevenberg - Webdesign